Digitale functies

Nu de locomotief bekend is gesteld aan de Z21 centrale, kunnen ook de diverse digitale functies worden ingevoerd. In onderstaand voorbeeld kunnen voor deze locomotief de functies F0, F1 en F2 worden aan- en uitgezet. Omdat bij deze locomotief alleen de verlichting kan worden geregeld, moeten F1 en F2 worden gewist.
Houd de toets F1 zachtjes ingedrukt en onderstaand keuzevenster wordt zichtbaar. Bij de keuze ‘Ja’ wordt de F1 gewist. Wis daarna ook F2.

De eerste locomotief is nu gereed voor gebruik (afbeelding 2). De verlichting kan worden aan- en uitgeschakeld. Nu kunnen andere locomotieven worden toegevoegd (afbeelding 3).

Het toevoegen van digitale functies gaat zeer eenvoudig (afbeelding 4).
Klik op de lege digitale item ‘NotSet’ en kies in onderstaand scherm aan de rechterzijde voor de gewenste functie en de daarbij behorend icoon. Voor elk digitaal component dient men dit te herhalen. Klik hier voor de beschikbare icoontjes. Voor wie de icoontjes niet duidelijk genoeg zijn, kan in de tekstregel ‘Afkorting’ een korte benaming worden meegegeven. Deze uit maximaal drie tekens bestaande benaming wordt rechts naast de ‘F0’, etc, getoond.

Kies bij elke digitale functie de bijbehorende functie:

  • Schakelaar; het licht of geluid gaat aan en gaat pas uit als deze functie wordt uitgezet.
  • Knop; het licht of geluid wordt kort weergegeven.
  • Tijd; het licht of geluid gaat voor een bepaalde periode aan. In de regel eronder kan men aangeven wat de tijdsinterval in seconden is.

Wanneer de juiste ikonen (symbolen) zijn toegekend aan de Functietoetsen en de keuzes voor de tijdsduur, dan kan de functie worden getest.

Het hoofdscherm op afbeelding 5 ziet er al wat voller uit met links de tenderlocomotief met een digitaal component (F0), rechts de elektrische locomotief met verlichting en geluidsmogelijkheden.

Lees verder op Iconen digitale functies.