Oude modelbaan 2013

September 2013 – Met het vorige ontwerp liep ik vast. Ik was niet helemaal tevreden over het ontwerp. De railspiraal fungeerde weliswaar goed en de wendingen waren beslist niet te stijl. Elke wending had een lengte van meer dan drie meter, maar toch was ik er niet blij mee. Losgekoppeld materieel ‘vloog’ als een kermisattractie omlaag, terug naar het schaduwstation. Dat gebeurde uiteraard op de meest onverwachte momenten, met vaak schade aan locomotieven of wagens als gevolg. De bouw van de railspiraal was een echte uitdaging, de beslissing om opnieuw te beginnen was zo mogelijk nog grote uitdaging.
Een uitgave van Eisenbahn Journal met Super Anlagen: ‘Kindheitstraum auf kleinen Raum’, gaf de doorslag. Het basisontwerp sprak mij zeer aan en het ontwerp werd gebruikt als uitgangspunt. Het daadwerkelijke ontwerp werd uiteraard hier en daar aan mijn wensen en beperkingen aangepast. Duurde het drie jaar om de modelbaan rijklaar te krijgen, het duurde slechts drie dagen om alles af te breken en de zolder weer leeg te maken.

Het magazine ‘Kindheitstraum auf kleinen Raum’met de beschrijving van de modelbaan Weyersbühl.
Meer informatie vindt u op de website van Weyersbühl.

De lange weg naar deze modelbaan ging van analoog en simpel aangestuurd, via analoog en gecontroleerd met reed-switches naar deze digitale baan. Bij het opzetten de van de twee laatste ontwerpen is altijd uit gegaan van een met de hand aangestuurde modelbaan, zowel de hoofdbaan, als het schaduwstation.
Dit wil dus zeggen dat alle treinen die uit het schaduwstation te voorschijn komen handmatig worden aangestuurd. Dit geschiedt via de tablets, dan wel met behulp van een Profi-Boss. Zonder tussenkomst rijden de treinen dus door het station zonder te stoppen.

Het station wordt aangestuurd via een eigenbouw seinpaneel of controlepaneel. De diverse seinen worden bediend via het omzetten van de wissels. Kan een wissel niet worden bereden (verkeerde stand), dan toont het sein het stopteken. De stand van de seinen beïnvloeden niet het rijden op zich (onderbreken rijstroom)

 

Het baanplan

De vorige modelbaan was een flink stuk groter en was opgebouwd in de vorm van een ‘U’. Dit ontwerp bestond uit slechts een tafel, maar dan wel verrijdbaar. Acht zwenkwielen zorgden er voor dat de modelbaan van alle kanten goed bereikbaar was. Het railplan bestond uit een station, wat vanaf beide richtingen kon worden aangereden! De tests met de digitale keerlusmodules waren zeer positief en het definitieve ontwerp was dus ook snel vastgelegd.

 

De Treintafel
De tafel is opgebouwd, niet meer uit latten, maar uit brede planken. Dit zorgt voor een stabiele constructie, te meer omdat de nieuwe tafel op wielen staat. De drie uittrekbladen zijn duidelijk zichtbaar. Deze worden v.l.n.r. gebruikt voor:

  • Fleischmann Z21, Booster en Fleischmann Turn-Control (bediening draaischijf).
  • Het controlepaneel.
  • Blad voor ‘parkeren’ van locomotieven en wagens.
 

Het schaduwstation
Deze opstelsporen liggen twintig centimeter onder het niveau van het stationsgebied. Het hele niet zichtbare traject wordt aangestuurd via de booster. De zes opstelsporen worden handmatig aangestuurd. De bediening van het schaduwstation geschiedt vanaf het controlepaneel. Via vier IP-camera’s worden de sporen in de gaten gehouden.
Bij het verlaten van de opstelsporen, rijden de treinen in een lange lus en een de ruime wending naar het eerste niveau. In totaal stijgt de trein enkele centimeters voordat deze zichtbaar wordt aan de voorzijde van de baan.

De stroompunten zijn in  rood en blauw aangegeven. Deze stroompunten zijn aangesloten op de Booster.

 
Het sporenplan van station en de locomotievendepot
Het ontwerp houdt een enkelsporig traject in. In dit ontwerp zijn er twee keerlusmodules nodig en de treinen kunnen zowel vanaf links als rechts het station binnenrijden. De bovenliggende lus wordt gemaskeerd door de gebouwen in de stad. Een keerlusmodule en trajectgedeelte bevindt zich in het uitrijspoor van het schaduwstation, de tweede in de lus onder de stad/achter de bierbrouwerij.Het nadeel van dit ontwerp zijn de keerlusmodules, maar het voordeel is dat de treinen alle sporen kunnen gebruiken en dat pendeltreinen kunnen wegrijden in de richting waar zij vandaan kwamen. Locomotieven kunnen vooruit het depot binnenrijden en rijden ook zo de draaischijf op. Na het omkeren worden deze gestald in de locomotievenloods en rijden bij nieuwe inzet, vooruit de stationssporen op.Het station.Het station kent vijf doorgaande sporen, waarvan er drie langs het perron liggen. Er zijn aan de westzijde nog drie korte opstelsporen. Aan de oostzijde is er een uithaalspoor met verbinding met het locomotievendepot.Het locomotievendepot.
De rondlopende locomotievenloods biedt plaats aan zes locomotieven binnenshuis in de ronde lokloods, twee sporen binnenshuis in de dieselloods en drie extra opstelsporen buiten.
  De keerlussen
Er is maandenlang gesleuteld aan het ontwerp. Het meest ideale concept was met een ‘enkelsporig station’ waarbij de treinen van beide kanten langs het perron kunnen komen en trek-duwtreinen heen en weer rijden. Meerdere ontwerpen kwamen op tafel, maar uiteindelijk lag een van de eerste tekeningen aan de basis van het huidige ontwerp. De grootste uitdaging lag in de keerlussen. Zo eenvoudig als dit gaat met modelbanen van bijvoorbeeld Märklin, op modelbanen met het tweerail-systeem ligt het toch wat gecompliceerder. Mijn ervaring met keerlussen dateerde nog uit de tachtiger jaren en met digitale keerlussen had ik nog niet eerder gewerkt.Na enkele goed verlopen tests met de digitale keerlusmodules DR410 van Digikeijs, zie ‘de voortgang, de keerlussen’, kon het ontwerp worden aangepast en alle sporen worden gelegd. en. Hoewel het schaduwstation diept uit het zicht ligt, liggen beide keerlussegmenten vooraan op de modelbaan.De keerlussen (in rood) zijn van het schaduwstation, het stationsgebied en de draaischijf en de opstelsporen.
Het blauwe spoor is het programmeerspoor.
 
De stroomvoorziening
Er rijdt geen trein, ook in het klein, zonder dat er stroom aanwezig is. In het houtwerk van de modelbaan is dan ook een compleet circuit van stroompunten aangelegd. Aan de achterzijde van de modeltafel, helemaal links, bevindt zicht de centrale 3-punts contactdoos. Hier komt de stroom op de modelbaan.
Twee contactdozen, beide voorzien van aan/uit schakelaars, zijn direct aangesloten op het centrale punt. De eerste voorziet de Z21-omgeving en de verlichtingstrafo van stroom, de tweede geeft de spanning ook door aan twee andere contactdozen. Het schema hieronder spreekt voor zich.
  Het netwerk van camera’s
De niet zichtbare sporen worden gecontroleerd via een viertal IP-camera’s D-Link DSC-930L. Deze camera’s zijn via een switch verbonden met het thuisnetwerk. Een notebook fungeert als beeldscherm, waarbij de beelden van de camera’s tevens zichtbaar zijn op een externe monitor.
 

De aansturing

De lange weg naar deze modelbaan ging van analoog en simpel aangestuurd, via analoog en gecontroleerd met reed-switches naar deze digitale baan. Bij het opzetten de van de twee laatste ontwerpen is altijd uit gegaan van een met de hand aangestuurde modelbaan, zowel de hoofdbaan, als het schaduwstation. Dit wil dus zeggen dat alle treinen die uit het schaduwstation te voorschijn komen handmatig worden aangestuurd. Dit geschiedt via de tablets, dan wel met behulp van een Profi-Boss. Zonder tussenkomst rijden de treinen dus door het station zonder te stoppen.
Het station wordt aangestuurd via een eigenbouw seinpaneel of controlepaneel. De diverse seinen worden bediend via het omzetten van de wissels. Kan een wissel niet worden bereden (verkeerde stand), dan toont het sein het stopteken. De stand van de seinen beïnvloeden niet het rijden op zich (onderbreken rijstroom).
 
De bedrading 1 – Rijstroom
Voor de stroomvoorziening van de modelbaan worden de volgende kleurcodes als standaard gebruikt:
Rijstroom:

  • Rechterspoor, + draad = rood.
  • Linkerspoor, – draad = blauw.Schakelen:
  • Plus, + draad = wit.
  • Massa, – draad = zwart.
  De bedrading 2 – Wisselbediening

  • Rijrichting afbuigend = bruin.
  • Rijrichting rechtdoor = beige/oranje.
  • Massa, – draad = zwart.Op de tekeningen zijn de aansluitpunten voor de rijstroom, de keerlussecties, de wissels en de plaatsing van de seinen weergegeven.
 
Het controlepaneel 1
Via de momentschakelaars/drukknoppen op het controlepaneel worden (bijna) alle wissels in en rondom het stationsgebied aangestuurd. Wissels die van enkel één richting worden “open gereden”, worden niet voorzien van een aandrijving. Slechts drie wissels zijn voorzien van een led-lampje op het paneel. Deze drie wissels zijn niet zo goed zichtbaar. Van de overige wissels ziet men in een oogopslag of aan de seinen, wat de stand ervan is.
  Het controlepaneel 2
In de sporen vier en vijf liggen twee ontkoppelrails, ook hiervoor is een schakelaar aangebracht.
Met het omzetten van de wissels, worden tegelijkertijd ook de diverse arm- en lichtseinen omgezet. De bouw van het controlepaneel wordt uitgelegd in “De Voortgang”.
Hieronder staat een schematische weergave hoe de drukknoppen en leds zijn aangesloten.
 
Wisselbediening schaduwstation
Nadat het System Lauer was uitgebouwd, ontstond er uiteraard meteen behoefte om de opstelsporen van het schaduwstation op een andere manier te controleren. Er was al een visuele controle gerealiseerd via een webcam in combinatie met een laptop en/of tablet, dus bleef alleen de wisselbediening over.Bij het verwijderen van het tweetal LBS-90’s, kwam er plaats vrij voor een vereenvoudigde wisselaansturing en terugmelding. Met behulp van de drukknoppen van de sporen 1 t/m 5 kunnen de wissels worden gesteld. De bovenste rij drukknoppen zet de wissel in een afbuigende richting; de groene led gaat branden en de locomotief kan het opstelspoor inrijden. De onderste rij drukknoppen zet de wissel in doorgaande richting; de rode led gaat branden en de locomotief kan het betreffende spoor niet inrijden.Een voordeel is, nu het automatische systeem van Laur niet meer wordt gebruikt, is dat er meerdere treinen achter elkaar op een opstelspoor kunnen worden weggezet.Spoor 6 is alleen in gebruik als doorrij-spoor. Indien de modelbaan niet in gebruik is, kan daar uiteraard wel een complete trein op worden gestald.
  De wissels en seinen
Op de modelbaan bevinden zich in het station meerdere arm- en lichtseinen. De seinen worden bijna allemaal bediend via de stand van de wissels. Hieronder staat het schema van de Viessmann armseinen in combinatie met de wisselaandrijving van Fleischmann.De bedrading.
Van de wissel worden de drie draden gebruikt:

  • Zwart als massa, deze gaat naar de zwarte aansluiting van de transformator.
  • Bruin, deze gaat naar die knop die wissel laat afbuigen *).
  • Beige, deze legt de wissel rechtdoor *).

De bedrading van het armsein:

  • De blauwe draad met het groene bandje wordt gekoppeld aan de beige draad *).
  • De blauwe draad met het blauwe bandje wordt gekoppeld aan de bruine draad *).
  • Beide gele draden, een met en een zonder weerstand, worden beide gekoppeld aan de zwarte draad.
  • De bruine draad, met diode, wordt gekoppeld aan de witte aansluiting van de transformator.
  • Beide roden draden zijn verwijderd, deze dienen alleen om (analoge) stopsecties te bedienen. Bij deze digitale baan is dit niet nodig. Alle draden komen bijeen in een kroonsteentje. Van daaruit worden de draden, de beige en bruine draad via de drukknop op het controlepaneel (moment- schakeling) aangesloten aan de wisselstroomuitgangen van de transformator.

*) Bij ondergronds, dus omgekeerd gebruik van de wisselaandrijving, dienen de beige en bruine draad te worden verwisseld!

 

De bouw van de modelbaan

De nieuwe treintafel was opgebouwd uit stevig materiaal. Brede planken zorgden voor een goede, stabiele basis en als plaatmateriaal is 4 en 8 mm multiplex aangevoerd. De treintafel was mobiel en stond op acht wielen. De tafel kon bijna in zijn geheel worden gedraaid. Tijdens de werkzaamheden kon ik helemaal rondom de tafel lopen. Ik kon dus overal goed bij.
 

Een stevig frame.

De treintafel staat op stevige poten met wielen.

De voorzijde van de tafel.

De enorme lege ruimte onder de tafel.

De plank of lade in het middengedeelte en …..

aan de linkerzijde van de modelbaan.
Het is bij elk ontwerp weer een terugkerende vraag: wat is de beste plaats voor de digitale centrale(s), booster(s) of transformators? Voor deze modelbaan was er slechts een kleine plaats benodigd voor de Z21, een booster, allebei inclusief een transformator, een WIFI-Router en een grote transformator voor de stroom- voorziening van de verlichting en de wissels. Tussen beide uitschuifbare planken/lades hing, midden onder de modelbaan, een derde lade voor de Z21 Digitale Centrale, booster, etc. Aan de voorzijde van de modelbaan zijn links en rechts aansluitingen gerealiseerd voor Profi-BOSS of multi-MUIS. Met de upgrade van de firmware van de Z21 naar v 1.2.2 is het mogelijk om diverse digitale accessoires als ‘slave’ aan te sluiten. In mijn geval dus de Profi-BOSS.

De lade met de Z21, booster en LocoNet-verdeler

De WIFI-Router.

De aangesloten Profi-BOSS.
In vergelijking met de vorige modelbaan, verdiende deze railspiraal eigenlijk zijn naam niet echt. De vorige telde maar liefst vijf wendingen, deze slecht één wending. Het hoogte verschil dat moet worden overbrugt is dan geen 50, maar slechts 10 centimeter. De lengte van de oude wendingen bedroeg 3,2 meter, de huidige wending is maar liefst 5 meter lang. Voldoende lengte voor de stijging van 10 centimeter. Nadat de route door de railspiraal en het schaduwstation was voorzien van een geluiddempende laag van kurk, konden de rails en wissels worden aangelegd. De lengte van de sporen is lang genoeg om treinen te herbergen van circa 2,5 meter.

De wending is bijna gereed.

Met enkele blokjes wordt de stijging bekeken.

Het schaduwstation is voorzien van een kurklaag.

De inrit tot de zes sporen van het schaduwstation.

De start van de railspiraal met de enkele wending.

De uitrit van het schaduwstation.
 Na enkele weekenden van draadtrekken en solderen, kon eindelijk het schaduwstation gebruikt. Alle wissels en railsecties waren (nog) verbonden met het Systeme Laur. Dit systeem stuurd de zes sporen van het schaduwstation aan. Het hele bereik van het schaduwstation werd via de Booster van stroom voorzien.

Aansluitingen wissels van het schaduwstation.

Systeme Laur, nog zonder spoorherkenning.

In het schaduwstation: de E 52 006 en V 200 037.

De verlichting voor het schaduwstation.

Een detail van de verlichting.

Continue wordt het digitale systeem getest.
Een belangrijk punt in het ontwerp van deze modelbaan zijn de twee keerlussen. Een lange keerlus met het schaduwstation en een kleinere met het stationsgebied. Tests met de keerlusmodule van Roco gaf geen goed gevoel, dus zijn er modules DR410 Digireverse van digikeijs aangeschaft. Deze zijn eerst in een tijdelijke opstelling met twee keerlussen getest. Beide keerlussen werden in twee richtingen bereden. De test verliep zeer goed en de bouw van de modelbaan kan worden voortgezet. 
In het voorbeeldfimpje, zie onder, rijdt de locomotief in de laatste keerlus linksom in plaats van rechtsom zoals in de eerste passages.

De DR410 Digireverse van digikeijs.

De DR410 Digireverse van digikeijs in actie.

Testopstelling met twee maal DR410 Digiverse.

Het schema van de keerlussen. De acht rode stippen geven de isolerende raillasjes aan.
De testrit….op YouTube
In enkele dagen tijd is de helling, het hele stadionsgebied en het locomotievendepot voorzien van geluiddempende kurk. Nadat de rails, wissels en ontkoppelrails zijn bevestigd, was de benodigde techniek snel aangesloten. Vier digitale keerlusmodules bewaken de helling, het stationsgebied en de draaischijf. De eerste locomotief heeft de hele baan gereden en de keerlusmodules werken perfect. De drie segmenten, onder bewaking van de DR410 zijn circa 3.00 – 3.50 meter lang. Genoeg plaats voor een complete trein.

De Z21, geflankeerd door de TURN-CONTROL.

Overzicht besturingssystemen.

Overzicht stationsgebied en locomotievendepot.

Ook de draaischijf is helemaal aangesloten.

Faller’s bekolingsinstallatie.

Bezandingstorens en zandopslag.
Buiten de (inmiddels twee) actieve tablets, konden de locomotieven ook worden aangestuurd via twee Profi-Boss’en. Er waren rondom de treintafel zes aansluitingen voor een Profi-Boss; vier aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van de tafel. Standaard hing er een Profi-Boss aan de voorzijde. De aansluiting aan de achterzijde van de tafel was vooral handig bij het samenstellen van treinen op de verdekte opstelsporen. In het depot verhuisde de bekolingskraan naar de voorzijde. Het hoofdperron was intussen in aanbouw. Tussen de sporen 2 en 3 was het perron circa 2 meter lang

De twee HTC Flyers naast elkaar.

Het tableau met beide tablets is verstelbaar.

De kolenkraan is naar de voorzijde verplaatst.

De multiplex plaat met Auhagen perronkanten.

Op maat snijden met een mal.

Lijmtangen houden de constructie bijeen.

De bestrating ligt nog los, maar past precies.

Even op zijn plaats. Nog niet overgespoten.

Het hoofdperron. De overkapping staat nog los.
De wisselaandrijving ondergronds. Hiervoor gebruikte ik de Dremel Trio. Hiermee kunnen eenvoudig sleuven en gaten worden gezaagd in de modelbaan. Een decoupeerzaag schokt te veel en kan schade aanrichten, de Dremel daarentegen zaagt door te frezen.

De oude situatie; de aandrijvingen bovengronds.

De nieuwe situatie; de aandrijvingen onzichtbaar.

De Dremel Trio. Zagen door te frezen!

Houten mal voor het aftekenen.

De wisselaandrijvingen op z´n kop.

Opvangen van zaagsel en stukjes hout.
Na het plaatsen van de wisselaandrijvingen is het natuurlijk wel zo gemakkelijk als je de wissels vanaf één punt kunt bedienen; het controlepaneel. Een van de tableau’s aan de voorzijde van de modelbaan werd omgebouwd tot uitschuifbaar controlepaneel. Vanuit de applicatie AnyRail werd in stukken het sporenplan overgebracht naar Paint Shop Pro. Daarna werd het sporenplan in twee gedeeltes van A4 afgedrukt op hoogwaardig en vrij dik fotopapier. Beide vellen werden aangebracht op een kunststof plaat en daarna afgedekt met transparante plakfolie. Op een later tijdstip werd het bedieningspaneel voor het schaduwstation aan het controlepaneel toegevoegd.

De tekening wordt omgezet vanuit AnyRail naar Paint Shop Pro.

Het sporenplan afgedrukt op hoogwaardig fotopapier.

Het sporenplan vastgelijmd op een kunststof plaat en daarna afgedekt met transparant plakfolie.

De onderzijde met de soldeerpunten.

Het controlepaneel hangt aan de treintafel.

De onvermijdelijke kabelbundels.
In het station stonden aan beide zijden aan vier sporen armseinen en aan één spoor dwerg-lichtseinen. De eerste vier armseinen, waarvan twee seinen waren uitgevoerd als dubbel-armsein, waren geplaatst aan de noordzijde, daarnaast vier armseinen aan de zuidzijde. Alle seinen waren aangesloten aan het controlepaneel. Aansturing geschiedde via de wisselbediening.

De vier armseinen aan de noordzijde.

Het controlepaneel in bedrijf met de brandende leds

Seinen veilig.
Alle zijdes van de modelbaan waren matzwart afgewerkt.

Nu nog even zichtbaar, …..

.. nu achter het serviceluik.

Detail linker-voorzijde en serviceluik.

Rechterzijde met uitsparingen.

Alle poten en onderzijde zijn nu ook zwart.

Achterzijde …. ook ‘strak in de lak’.
In het schaduwstations waren maar liefst vier IP-camera’s actief, namelijk de D-Link DSC-930L. De camera’s zijn voorzien van LAN en WLAN, maar omdat de modelbaan op zolder ver verwijderd was van de meterkast, waren de camera’s met UTP-kabel aangesloten op het netwerk.

Voor- en achterzijde D-Link DSC-930L.

De camera aan de ingang van het schaduwstation.

De monitor met de beelden van de vier camera’s.
Nadat een eerste aanzet was gegeven voor de bouw van de bierbrouwerij, was de gewenste vorm van het gebouw nog allerminst zeker. Met de aanschaf van het derde bouwdoos (Kibri 39814) kreeg de brede voorgevel eindelijk zijn definitieve aanzicht. Een houten constructie vormde de ‘body’ van het fabrieksgebouw. Hieraan werden de diverse gevelstukken bevestigd. Het dak was voorzien van een grijs/zwarte laag. In het middenstuk, tussen de drie liftkokers, werd een simpel interieur aan de constructie toegevoegd. Hoewel door de kleine ramen niet veel van het binnenwerk zichtbaar is, ook niet met verlichting, werd toch een eenvoudige voorstelling van oude en nieuwe bierketels gebouwd.

De drie grote trappenhallen.

Beide zijkanten gemonteerd.

De losse elementen opgesteld op de werkbank.

De ‘body’ van de fabriekshal aan de voorzijde…..

… en achterzijde.

Het zwarte dak. De fabriek krijgt zijn vorm.

De koperen bierketels in ‘aanbouw’.

De vier koperen ketels met een muurtje.

De vier moderne en de vier antieke bierketels.

Het voorlopige eindresultaat. Het mag er zijn!
Al vanaf de zomer van 2015 was de winkelgalerij op spoor 1 in aanbouw. Voor deze galerij was gekozen voor de arcaden-serie van Brawa. Dit zijn de nummers Brawa 2880, 2881 en 2882. Na aanschaf en plaatsing kwam ik er al snel achter dat drie setjes niet voldoende waren om het gehele perron 1 te voorzien van een fatsoenlijke rij met winkels, opslagplaatsen en blinde muren. De daarna in januari 2016 geplaatste extra bestelling werd al snel door Brawa op nalevering geplaatst. In de zomer van 2016 heb ik enkele Nederlandse modelspoorzaken aangeschreven met de vraag of zij nog een of meerdere setjes op voorraad hadden. Uit de aangeschreven winkels, reageerde er wel één. Hij had nog een setje liggen….. en daar moest ik het op dat moment mee doen. 

Het perron werd nooit voltooid. Brawa kon de arcaden niet leveren. In Zwitserland kon ik nog enkele setjes bemachtigen, maar het was niet genoeg.

 

De eerste setjes van Brawa verwerkt.

Tanja’s winkeltje: modeltreinen en muziek.

De aangebrachte verlichting.
Buiten de werkzaamheden aan de modelbaan zelf, waren er ook vorderingen in het bestand aan locomotieven. Meer en meer deed ‘Sound’ zijn intrede op de modelbaan. Een kleine demonstratie met de aankomst en vertrek van het TEE-dieseltreinstel VT 11.5010 (Roco). Daarna het omrijden van het elektrisch treinstel ET 11 02 (Liliput).

Het einde van deze baan

Eind 2017 werd besloten de modelbaan niet af te bouwen. Persoonlijke omstandigheden liggen hieraan ten grondslag.