Wissel en armsein

Op de analoge modelbaan is het heel eenvoudig om Viessmann armseinen te koppelen aan Fleischmann wisselaandrijvingen. Als de wissel een verkeerde richting uit staat, kan het sein het stopteken weergeven, is de rijrichting vrij, dan toont het sein ‘vrije doorgang’.

De bedrading.
Van de Fleischmann wisselaandrijving worden de drie draden gebruikt:

  • Zwart als massa, deze gaat naar de zwarte aansluiting van de transformator.
  • Bruin, deze gaat naar die knop die wissel laat afbuigen *).
  • Beige, deze legt de wissel rechtdoor *).

De bedrading van het Viessmann armsein:

  • De blauwe draad met het groene bandje wordt gekoppeld aan de beige draad *).
  • e blauwe draad met het blauwe bandje wordt gekoppeld aan de bruine draad *).
  • Beide gele draden, een met en een zonder weerstand, worden beide gekoppeld aan de zwarte draad.
  • De bruine draad, met diode, wordt gekoppeld aan de witte aansluiting van de transformator.
  • Beide roden draden zijn op deze tekening niet zichtbaar, deze dienen om (analoge) stopsecties te bedienen.

Alle draden komen bijeen in een kroonsteentje. Van daaruit worden de draden, de beige en bruine draad via de drukknop op het controlepaneel (momentschakeling) aangesloten aan de wisselstroomuitgangen van de transformator. Hiervoor kunnen uiteraard ook de bekende groene bedieningskastjes of het controle-schakel-systeem van Fleischmann worden gebruikt.

*) Bij ondergronds, dus omgekeerd gebruik van de wisselaandrijving, dienen de beige en bruine draad te worden verwisseld!

deanalogebaan–wissel-en-armsein

Download uitleg (PDF-document).