Personenrijtuig type N

Aan het eind van de 50’er jaren werd een nieuwe type N-personenrijtuig (N = Nahverkehrs) geïntroduceerd. Na de positieve ervaringen met 12 prototypes, bestelde de Deutsche Bundesbahn in 1959 de eerste 808 rijtuigen van het type ABnb 703, 2.102 rijtuigen van het type Bnd 719, 720 en 730 stuurstandrijtuigen van het type BDnf 738.

Rijtuig Type-n-01De bijnaam ‘Silberlinge’ kreeg het rijtuig vanwege den ongeschilderde zilverkleurige (roestvrijstalen) rijtuigbak. De zijkanten van het rijtuigen waren geborsteld en voorzien van zogenaamde pauwen-ogen. Van dit type rijtuigen werden in totaal meer dan 5000 exemplaren in verschillende uitvoeringen gebouwd. Heden ten dage zijn nog veel rijtuigen in dienst bij de DB AG, maar nu in verkeersrood.

Het rijtuig werd gebouwd volgens de nieuwe standaardlengte en is 26,4 meter lang. Alle rijtuigen bezitten drie compartimenten verdeeld door twee balkons met dubbele klapdeuren. Bij enkele stuurstandrijtuigen zijn de toegangen anders ingedeeld.
In 2012 waren er nog vier soorten ‘Silberlinge’ in omloop in diverse kleuren: ongeschilderd, beige/oceaanblauw en verkeersrood:

  • Volledige tweedeklasrijtuigen.
  • Tweedeklasrijtuigen met een eersteklas afdeling in het midden van het rijtuig.
  • Stuurstandrijtuig met bagageafdeling.
  • Tweedeklasrijtuigen met een eersteklas afdeling aan het einde van het rijtuig.

De rijtuigen die tussen 1960 en 1965 werden gebouwd, waren voorzien van draaistellen gemaakt van Thomasstaal. Deze draaistellen voldoen echter niet meer aan de huidige eisen der techniek, vanwege de grote kans bestaat op breuken. Deze rijtuigen (ongeveer 1000 stuks) werden na een levensduur van circa 45 jaar buiten dienst gesteld. De rijtuigen worden elektrisch verwarmd met een verwarming die werkt op 1000 Volt/16 2/3 Hertz (gelijk aan de bovenleidingfrequentie), waardoor alleen binnenlandse inzet mogelijk is. Grensoverschrijdende inzet kan alleen in de voormalige DDR, Zwitserland en Oostenrijk.

De oorspronkelijke stuurstandrijtuigen waren normale rijtuigen (type: BDnf 738) met aan een uiteinde een kleine cabine voor de machinist, en aan de buitenkant voorzien van frontseinen en een tyfoon. Deze stuurstandrijtuigen konden ook gekoppeld worden aan andere rijtuigen omdat deze rijtuigen net als de gewone rijtuigen voorzien zijn van een doorloop mogelijkheid van het ene naar het andere rijtuig. Vanwege het ontbreken van enige bescherming voor de machinist en de zeer krappe werkruimte, kregen deze rijtuigen snel bijnamen als “Hasenkasten” (konijnenhok) of “Führerklo” (machinistentoilet).
Deze stuurstandrijtuigen zijn inmiddels buiten dienst gesteld of werden door het Ausbesserungswerk (Aw) Karlsruhe omgebouwd tot volwaardige stuurstandrijtuigen met een cabine (BDnf 735), en kregen als bijnaam “Karlsruher Kopf”. De later geleverde rijtuigen die vanaf fabriek al voorzien waren van een cabine kregen als typeaanduiding BDnrzf 740.

Rijtuig Type-n-02De letter “n” in de typeaanduiding betekent volgens het typeaanduidingssysteem bij de DB: reizigersrijtuig voor regionaal verkeer met totale lengte van meer dan 24,5 meter, voorzien van een reizigerscompartiment met middengang in de tweede klas, midden- of zijgang in de eerste klas, twee middenbalkons met in- en uitgangen en conventionele stuurleiding voor trek- en duwtreinen. Als gevolg hiervan worden de rijtuigen bij de DB aangeduid als Bn of ABn, Bnb of als ABnb-rijtuig. Na de ombouw van alle rijtuigen verviel de letter “b”. Deze werd nieuw ingevoerd voor materieel met aanpassingen voor gehandicapte reizigers.

De n-rijtuigen vormden lange tijd de ruggengraat van het regionale treinverkeer van de Deutsche Bundesbahn. Na de hervormingen bij de Deutsche Bahn AG ging het aantal rijtuigen dat in dienst was langzaam achteruit, onder meer als gevolg van de eisen die opdrachtgevers aan het vervoer per spoor stelden. Deze opdrachtgevers stelden steeds vaker de eis dat concessies moesten worden uitgevoerd met nieuw materieel.

Ondanks hun ouderdom is er voor deze rijtuigen nog geen opvolger. In 1976 bouwde de wagonfabriek Linke-Hoffmann-Busch in Salzgitter een prototype van een nieuw lagevloerrijtuig, die de ‘Silberlingen’ zou moeten aflossen. Deze prototypes kwamen hoofdzakelijk in het gebied Hannover – Minden in dienst. Het aanschaffen van een volledige serie rijtuigen vond de Deutsche Bundesbahn te duur, zodat het bij deze enkele serie is gebleven. Enkele rijtuigen werden in 1988 omgebouwd tot intercityrijtuig voor de dienst tussen Wiesbaden en Frankfurt, en later ook naar de luchthaven van Düsseldorf. Inmiddels is deze serie geheel buiten dienst gesteld.

Zie hier een overzicht van treinsamenstellingen met N-rijtuigen.

Lees verder  De Rheingold.