Een nieuw rijtuigtype

Nieuw rijtuigtype-02Ook de bouw van rijtuigen kwam weer op gang na de opheffing door de geallieerde machten van het bouwverbod voor railvoertuigen. De eerste nieuwe sneltreinrijtuigen verschenen begin jaren vijftig. Het gepresenteerde rijtuigtype was een geheel nieuwe constructie. Tot dan toe was het alleen mogelijk geweest om rijtuigen met een lengte van 21 meter te bouwen, maar nu verscheen er een rijtuig van 26,4 meter lengte. Het eerste rijtuig van deze nieuwe constructie was een midden instap rijtuig bedoeld voor personentreinen, dit rijtuig werd aangeduid als type yl.

In 1952 werd door Westwaggon in Keulen een sneltreinrijtuig van dit type gebouwd. Het rijtuig, aangeduid als type m was eveneens 26,4 meter lang en was voorzien van coupés met zijgang. De rijtuigen waren voorzien van nieuw ontwikkelde draaistellen type Minden-Deutz (MD33). Met deze ontwikkelingen begon een periode van ontwikkeling waarin tot en met 1979 6000 soortgelijk 26,4 meter sneltrein rijtuigen van het type m werden gebouwd in vele soorten.
De serielevering van de sneltrein rijtuigen type m kan verdeeld worden in twee soorten typen, namelijk de rijtuigen van het type Bauart 1954 en rijtuigen van het type Bauart 1962.

Een opmerkelijk detail is dat de eerste 26,4 meter lange rijtuigen, die in 1950 werden uitgeleverd aan de DB, de drie dubbeldeksrijtuigen DBC 4üpwe-51, DBCR 4üpwe-51 en DC 4üpwe-51 waren. Meer informatie over deze rijtuigen staat in Het Materieel / Dubbeldeksrijtuigen.Rijtuigen Bauart 1954
In 1953 begon de serie levering van de eerste sneltreinrijtuigen type m. Als eerste bestelde de DB 20 eerste klas rijtuigen A4ümg-54 in een blauwe kleur voor het F-trein net. De rijtuig overgangen werden op een typische manier afgesloten met vierdelige vouwdeuren. In 1955 volgde een serie van gecombineerde tweede en derde klas rijtuigen BC4ümg-55 (357 stuks) en een serie van derde klas rijtuigen C4ümg-54 (1225 stuks), ook werden er nog meer rijtuigen A4ümg-54 geleverd (199 stuks). Deze rijtuigen werden allemaal in een groene kleur geschilderd, behalve 65 rijtuigen A4ümg-54.

Tussen 1953 en 1955 schafte de TOUROPA 88 ligrijtuigen aan van het type CL4ümg(K)-53. Net zoals de F-trein rijtuigen waren deze ligrijtuigen van TOUROPA voorzien van een blauwe kleur. Dit waren de eerste rijtuigen die voorzien waren van een omroep installatie. Om ook in planmatige treinen ligrijtuigen aantebieden besloot de DB om vanaf 1954 in totaal 260 ligrijtuigen aanteschafen van het type CL4ümg-54. Deze rijtuigen hadden een groene kleurstelling. Later zijn 29 rijtuigen omgebouwd tot rijtuigen voor de “Rollende Landstraße”.
Nadat de DB in de grote vraag naar sneltreinrijtuigen had voorzien werden in 1958 de eerste gecombineerde bagagerijtuigen gebouwd. De eerste 20 stuks waren van het type BPw4üm-58 en waren gebaseerd op de rijtuigen C4ümg-54. De ene helft van het rijtuig had zitplaatsen en de andere helft een bagageafdeling. De tweede serie werd geleverd tussen 1959 en 1961 en omvatte 118 rijtuigen BPw4ümg-59.

Rijtuigen Bauart 1962
Nieuw rijtuigtype-01In 1961 werden door de UIC toekomstige standaard rijtuig typen vastgelegd, hierbij werd het m type rijtuig van de DB verheven tot het standaardtype X van de UIC. Het rijtuigtype m werd op een aantal punten verbeterd zodat het voldeed aan de eisen om tot standaardtype te worden gestandaardiseerd. Alle m rijtuigen vanaf 1962 werden gebouwd volgens deze nieuwe standaard. Zo werden de rijtuigen voorzien van klapvouwdeuren en niet meer van alleen klapdeuren, de rijtuigovergangen werden voorzien van zelfsluitende schuifdeuren en niet meer van vouwdeuren. In 1962 werden 97 rijtuigen type B4üm-61 en 55 rijtuigen type AB4üm-61 gebouwd.

De rijtuigen vanaf 1963 werden voorzien van 1200 mm brede ramen in plaats van 1000 mm brede ramen zoals voorheen werd gebruikt. Aan dit kenmerk kan men ook makkelijk zien of een rijtuig van voor of na 1963 is. Later werd dit kenmerk ook opgenomen in de specificaties van het standaard type X van de UIC.
Tot in de jaren zeventig in tijdperk IV werden deze rijtuigen in zeven verschillende typen gebouwd, namelijk 144 stuks A4üm-61, 1 stuks A4üm-62, 303 stuks AB4üm-63 en 1848 stuks B4üm-63. Ook werden er nog 163 gecombineerde bagagerijtuigen BD4üm-61, 53 restauratierijtuigen BRbu4üm-61 (deze waren niet ondergebracht bij de DSG) alsmede 467 lig-rijtuigen Bc4üm-62 gebouwd. Deze lig-rijtuigen werden in 1962 door de UIC als standaard lig-rijtuig aangeduid.
Tussen 1967 en 1970 zijn er voor het toeristenverkeer nog in totaal 60 lig-rijtuigen aangeschaft van het type Bctüm 256 (reeds voorzien van de nieuwe UIC nummeraanduidingen). Deze rijtuigen waren zelfs 27,5 meter lang.
In 1960 besloot de DB om in totaal 365 bagagerijtuigen te laten bouwen van het type Pw4ü-60 (later D4üm-60). De bagagerijtuigen waren voorzien van twee rolluiken aan beide rijtuig zijden. Vanaf 1969 verscheen er een tweede generatie bagagerijtuigen type Düms 905, deze waren geschikt voor snelheden tot 200 km/u.

De derde klas verdwijnt
Vanaf 1956 verdween de derde klas, de tweede en eerste klas werden de nieuwe eerste klas en de derde klas werd de tweede klas. De rijtuig soorten veranderden als volgt:

  • A (1ste klas) rijtuigen bleven A rijtuigen.
  • AB (1ste/2de klas) rijtuigen werden A rijtuigen.
  • ABC (1ste/2de/3de klas) rijtuigen werden AB rijtuigen.
  • B (2de klas) rijtuigen werden A rijtuigen.
  • BC (2de/3de klas) rijtuigen werden AB rijtuigen.
  • C (3de klas) rijtuigen werden B rijtuigen.
  • CL (3de klas lig-rijtuig) rijtuigen werden Bc rijtuigen.

Vanaf 1956 werd vanzelfsprekend ook een nieuwe nummerschema gehanteerd. Het voorbeeld zoals ook gebruikt bij het begin werd nu dus A4ü-28, een geheel eerste klas rijtuig. Het nummer bleef ongewijzigd. Vanaf 1962 werden bagagerijtuigen niet meer met “Pw” aangegeven maar met “D”. Vanaf 1965 werden het aantal assen alleen in de type aanduidingen weergegeven als dat niet 4 was, rijtuigen met 2 assen kregen dus nu het cijfer 2 in hun aanduiding. Dit voorbeeld werd nu dus Aü-28.

Lees verder Personenrijtuig type N.