De moderne tijd

Opkomst van nieuwe elektrische locomotieven.

Kort na de oorlog kwam de ontwikkeling en bouw van elektrische locomotieven maar langzaam op gang. In de westelijke bezettingszones kwam dit natuurlijk iets sneller op gang dan in de Sovjet bezettings zone. In de beginjaren waren er dus nog veel elektrische locomotieven uit tijdperk II in dienst. Veel van deze locomotieven werden weer gerepareerd. Wel werden er enkele nieuwe exemplaren gebouwd uit onderdelen die nog bij de leveranciers voorhanden waren. Voorbeelden hiervan zijn locomotieven uit de series E 44 en E 94 en later ook de E 18/19.

In 1948 begon het toenmalige RZA (Reichsbahn Zentral Amt) München, vanaf 1949 BZA (Bundesbahn Zentral Amt) geheten, aan de doorontwikkeling van de E 44 locomotief tot een sterke Bo’Bo’ locomotief met type aanduiding E 46. De nieuw te ontwikkelen E 46 (later E 10) locomotief moest een universele locomotief worden, bedoelt voor snelle reizigers treinen tot 130 km/u en voor middel zware goederentreinen.

Met de ervaringen die werden opgedaan met de vijf prototypen locomotieven E 10 001 t/m 005 ontwikkelde het BZA München een groots opgezet nieuwbouw programma voor elektrische locomotieven.

Er werden vier verschillende typen gepland:

Sneltreinlocomotief
E 10.1 (later 110)
Maximumsnelheid: 150 km/u
Asindeling: Bo’Bo’
Vermogen: 3240 kW
 
Lichte goederentrein locomotief
E 40 (later 139/140)
Maximumsnelheid: 100 km/u
Asindeling: Bo’Bo’
Vermogen: 3240 kW
Lichte personentrein locomotief
E 41 (later 141)
Maximumsnelheid: 120 km/u
Asindeling: Bo’Bo’
Vermogen: 2200 kW
Zware goederentrein locomotief
E 50 (later 151)
Maximumsnelheid: 100 km/u
Asindeling: Co’Co’
Vermogen: 4350 kW

In dit nieuwbouw programma werden door de Duitse locomotief industrie vanaf 1957 tot en met eind 1973 in totaal 1933 nieuwe elektrische locomotieven gebouwd. Al deze locomotieven hadden vele componenten met elkaar gemeenschappelijk. De locomotiefopbouw en de cabines waren in veel opzichten overeenkomstig met elkaar. Doordat de locomotieven in een lange periode zijn geleverd verschillen locomotieven onderling op sommige punten. Op 4 december 1956 werd de eerste serie locomotief, de E 10 101 afgeleverd aan de DB. In totaal zijn er 5 prototypen locomotieven en 510 serie locomotieven gebouwd van de serie E 10.

Lees verder Nieuwe diesellocomotieven.