De 4-assige umbaurijtuigen

Vier-assig personenrijtuig, bouwserie 4yg.
umbaurijtuigen-4assigNa het succes van de ombouw van de drie-assige wagen werden de in grote getale aanwezige vier-assige rijtuigen volgens dezelfde principes verbouwd. Alle onderstellen werden verlengd tot 19,5 meter. In 1956 werd een prototype (BC4yg) vervaardigd en in 1956 nog twee stuks (AByg). De AByg-prototypes stonden al op Minden-Deutz draaistellen.
Er zijn drie typen B4yg, AB4yg en BD4yg gerealiseerd. Tussen de deuren aan de voor- en achterzijde van het rijtuig, volgende een compartiment met vijf vensters (in de 1e klasse vier) en dan een hal met een dubbele deur. Deze deuren waren, net als de buitenste deuren, iets naar binnen gebouwd.

De serielevering startte in 1957 met de serie B4yg-56 (Byg 515). De daarop volgende series uit 1959 werden ingedeeld als B4yg-58 en 58a (later Byg 515 en 516). De rijtuigen boden plaats aan 72 passagiers op de met kunststof beklede stoelen. De AB-rijtuigen, gefabriceerd vanaf 1958, hadden 24 zitplaatsen in eerste en 36 in de tweede klasse. De rijtuigindeling was iets gewijzigd en ook de toiletgroep kende verschillende uitvoeringen. Deze rijtuigen werden ingedeeld als AByg-58 en -58a (later AByg 503 en 504). De halve bagagerijtuigen werden eerst geleverd als BPw4yg-56 (later BDyg 531). Andere series kwamen als BPw4yg-56a (BDyg 532) en BPw4yg-56b (BDyg 533) beschikbaar.

De eerste rijtuigen reden op aangepaste Pruisische standaarddraaistellen, de daarop volgende 300 rijtuigen waren voorzien van Amerikaanse Schwanenhals-draaistellen. De overige yg-rijtuigen werden uitgerust met Minden-Deutz-draaistellen van het type MD 36. De goedgekeurde maximale snelheid bedroeg 120km/uur.

De 4yg-rijtuigen werden voornamelijk in het sneltreinverkeer ingezet. Pas in de latere jaren verdwenen de rijtuigen naar de lokale treinen. Omdat de inbouw van de verplichte centrale deurblokkering niet meer loonde, werden in de 90er jaren de laatste rijtuigen uitgerangeerd. De laatste actieve rijtuigen waren te vinden op de Lahntalbahn, in de omgeving van Keulen en in de Eifel. Opvallend was dat deze rijtuigen tot het einde hun zo typerende flessen- of chroomoxide-groene kleurstelling behielden en niet werden overgespoten in oceaan blauwe/beige of een andere kleur. De rode tussenrijtuigen van de serie ET 65 in de voorstad van Stuttgart uitgezonderd. Na de terzijdestelling werden enkele rijtuigen wel voorzien van een andere kleur; bijvoorbeeld de blauw geverfde rijtuigen van de Tegernsee-Bahn rijden tussen M√ľnchen en Tegernsee.

Een speciaal type is de gevangenentransportrijtuig van het type Z 56. Dit rijtuig is ontwikkeld op basis van de 3yg, maar heeft slechts twee assen. In totaal zijn er zes rijtuigen van dit type (10.061 tot 10.066 nummers) gebouwd. Elk rijtuig had 15 cellen met 36 zitplaatsen en een dienstruimte voor de bewakers. Na een uitspraak van het Constitutionele Hof, het vervoer per spoor tussen de gevangenissen werd ongrondwettelijk verklaard, werden de rijtuigen in 1963 uit de actieve dienst gehaald. Ten minste een van de rijtuigen is omgebouwd tot baandienstwagen.

Lees verder Een nieuw rijtuigtype,