Sleeptenderlocomotief serie 38

Een van de meest populaire stoomlocomotieven is wel de P 8 of de serie 38. Deze personentreinlocomotief werd vanaf 1906 gebouwd door de Berliner Maschinenbau AG (voorheen Louis Schwartzkopff) volgens de specificaties van Robert Garbe, afdelingshoofd locomotieven bij de Preußischen Staatseisenbahnen. De locomotief was bedoeld als opvolger van de P 6.

Br 38-01De P 8 was een zeer zuinige locomotief die geen hoge eisen aan de vaardigheid van de machinisten stelde. In eerste instantie was de machine door Garbe zelfs als sneltreinlocomotief met een maximum snelheid van 110 km/uur voorgesteld. Daarom werden de eerste exemplaren voorzien van een aerodynamisch gevormd machinistenhuis. Het enthousiasme van het personeel over de nieuwe locomotief was aanvankelijk beperkt, ook de door Garbe aangegeven snelheid werd niet gehaald en de maximum snelheid werd beperkt tot 100 km/uur.

De P 8 kon op vlak terrein een trein van 300 ton trekken met een snelheid van 100 km/uur en 400 ton met 90 km/uur. De eerst afgeleverde machine doorstond alle testen, waaronder een rit met 14 rijtuigen, glansrijk en werd in 1906 met het nummer “Coeln 2401” in dienst genomen.
De meeste P 8’n bouwde de Berliner Maschinenbau AG met 1027 stuks, gevolgd door Henschel & Sohn te Kassel met 740 exemplaren. Later leverde bijna alle Duitse spoorwegfabrikanten locomotieven van dit type.

Kenmerkend voor de P 8 is de grotere afstand tussen de middelste en achterste aandrijfas. In het begin van de P 8 had slechts een stoomdom achter de zandbak, later werd er een voorraaddom aan de voorzijde geplaatst. Andere structurele wijzigingen waren onder meer de daken van het machinistenhuis en de windleiplaten.

Om de locomotief ook met kleine draaischijven te kunnen keren, rustte de Preußischen Staatseisenbahnen de P 8 uit met een kleine kastentender. Deze hadden een inhoud van 21,5 kubieke meter water en 7 ton steenkool. Later koppelde de Deutsche Bundesbahn de serie 38 met tender van uitgerangeerde oorlogslocomotieven, meestal met een kuiptender. Deze had een wezenlijk grotere inhoud en bovendien kon de snelheid achterwaarts worden verhoogd van 50 km/uur naar 80 km/uur.

Voor en tijdens de WOI werden er circa 2350 locomotieven P 8 gebouwd. Maar liefst 627 exemplaren werden afgegeven als deel van de herstelbetalingen diverse Europese landen. Tot 1923 bouwde de nieuw opgerichte DRG verder aan de P 8 en zo werd deze serie met een totaal van 3948 locomotieven wereldwijd de meeste gebouwde personentreinlocomotief.

De 38 1182 staat in het DB Museum te Nürnberg. Zij werd in 1910 door Schwartzkopff in Berlijn gebouwd en heeft een staat van dienst van maar liefst 61 jaar. In de materieelhal van het DB Museum staat ook de in 1921 door AG Vulcan Stettin gebouwde 38 2884.
Het Eisenbahnmuseum Bochum-Dahlhausen bezit een rijvaardige 38 2267 uit 1918, die voor nostalgieritten over de Ruhrtalbahn wordt ingezet.
Het DDM te Neuenmarkt-Wirsberg bezit de 38 2383 en in het depot van Siegen staat de laatste P 8 van de DB; de 38 1772 die op 5 december 1974 ter zijde werd gesteld. Zij reed vanaf 1968 met het nieuwe computernummer 038 772-0. Deze locomotief bezit een tellerstand van 3.719.271 kilometer!

Bijzonderheden:
Voorbeeld: DB BR 38 | Bouwjaar: 1906 | Aantal: meer dan 3000 stuks | Tijdperk: II, III en IV | Asindeling: 2’C h2 | Lengte: 18,592 mm | Vermogen: 1180 PSi | Dienstgewicht: 78.200 kg | Maximum snelheid: 100 km/uur | Uit dienst: 1974.

Voorbeeld treinsamenstelling met 38 440 [Fleischmann 4165]
Br 38-02

logo-fleischmann    icon-logo-dbzw  icon-sound 

Voorbeeld treinsamenstelling met 38 3812 [Trix 22382]
Br 38-04

logo-trix    icon-logo-dbzw  icon-sound