Sleeptenderlocomotief serie 23

Br 23-01Zo net na de oprichting in 1948, kon de jonge Deutsche Bundesbahn de stoomtractie nog niet missen. Voor de afdekking van de behoefte aan reizigers- en lichte sneltreinlocomotieven ontwikkelde Henschel de bouwserie 23. De van 1950 tot 1959 in 105 exemplaren gebouwde serie had de asindeling 1C1 en kreeg een gelast frame, ketel en tender. De maximumsnelheid lag bij 110 km/h vooruit en 85 km/h achteruit, wat voldoende was om enkele locomotieven met een keertreinregeling uit te rusten.

De locomotieven verrichtten zonder bijzonder opvallend gedrag hun diensten in de geplande taken. Op 1 januari 1968 werd de BR 23 conform de computerisering in BR 023 veranderd en tot 1976 hielden de laatste, aan het BW Crailsheim toegewezen machines het uit op de rails van de Deutsche Bundesbahn.

De 23 105 schreef ook Duitse spoorweggeschiedenis. Ze was de laatste in bedrijf genomen stoomloc van de Deutsche Bundesbahn, wat haar een museumverering verleende, ze was echter een van de slachtoffers van de catastrofale brand op 17 oktober 2005 in het verkeersmuseum in N├╝rnberg, waarbij ze zwaar beschadigd werd.

Op grond van de goede onderhoudsstaat bij de buitendienststelling zijn nog meerdere exemplaren van deze serie bewaard gebleven en enkele zelfs nog bedrijfsvaardig. De Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM) bezit twee locomotieven; de 23 071 en 23 076. Beide locomotieven zijn regelmatig op het spoor tussen Apeldoorn en Beekbergen aan te treffen.

Bijzonderheden:
Voorbeeld: DB serie 23, Neubau DB | Bouwjaar: 1950 | Tijdperk: 3 | Asindeling: 1’C’1 h2 | Lengte: 21.325 cm | Vermogen: 1785 PSI | Dienstgewicht: 82.800 kg | Max snelheid: 110 km/uur | Uit dienst: 1976.

Voorbeeld treinsamenstelling met 23 099 [Roco 63226]
Br 23-02

    icon-logo-dbzw  icon-kk-a