Dubbeldeksrijtuigen

Dubbeldeksrijtuigen-02Reeds in de jaren 1930 deed de Lübeck-Büchener Eisenbahn goede ervaringen met reizigersrijtuigen met twee etages op. Na het verwijderen van de zwaarste oorlogsschades was het hoogste doel van de jonge Deutsche Bundesbahn het voertuigenpark te vernieuwen om het groeiende aantal spoorklanten aan het begin van de tijd van het “Wirtschaftswunder” aan te kunnen. Samen met het Verkehrsversuchsanstalt Minden ontwikkelde de firma Wegman & Co in Kassel in 1950 een uit drie rijtuigen bestaande, dubbeldeks proeftrein met 22,4 m lengte over de buffers. In de trein vonden in totaal 310 personen een plaats.

Eveneens door Wegman werden in datzelfde jaar 3 andere prototypen gebouwd, die de latere eenheidslengte van 26,4 m vertoonden. Hoewel door de verlenging van de rijtuigbak de breedte in vergelijking met de kortere rijtuigen verkleind moest worden, lukte het in de 3e klasse rijtuigen 148 en in de 2e/3e klasse rijtuigen 138 zitplaatsen in te bouwen. Het derde rijtuig had behalve 6 plaatsen in de 2e klasse, 36 in de 3e klasse nog een bagageruimte, keuken en aanrecht en een restauratieruimte met 31 plaatsen op het bovendek. Als vernieuwing ten opzichte van ouder materiaal gold het gebruik van warmte-isolerend glas in de bovenste ramen op het dek en de invoering van overzetramen, d.w.z. met beweegbaar bovendeel in de rest van de driedelige trein die aan 359 personen een plaats bood.
Deze drie prototypen werden ingedeeld als DC4ümg, DBC4ümg und ein DBCRümg. Het laatste type verloor later het buffetgedeelte.

De zes in elegant staalblauw geschilderde dubbeldeksrijtuigen vormden sneltreinen op het traject Dortmund – Frankfurt, resp. Fulda, maar werden al spoedig in het buurtverkeer van de BD Hamburg opgenomen.

Dubbeldeksrijtuigen-01In 1957 werden de keuken, aanrechten en restauratieruimte tot reizigersruimtes omgebouwd, de rijtuigen kregen een groene kleur en tot en met hun buitendienststelling tussen 1973 en 1976 leden ze eerder een schaduwbestaan bij de BD Köln, waar ze op de Eifellijn als hoofdinzet onderweg waren.

Hoewel een dubbeldekstrein ten opzichte van een normale trein zich door een geringere vraag aan draaistellen, dynamo”s en remuitrustingen onderscheidde en zo geringere kosten per zitplaats veroorzaakte, werd de inzet van dubbeldeksrijtuigen aanvankelijk door de Deutsche Bundesbahn niet verder serieus in overweging genomen. Pas aan het begin van de jaren “90 zetten dubbeldeksrijtuigen zich in het buurt- en regionale verkeer door, tegenwoordig domineren de modernste typen het rijtuigenpark van DB Regio.

De rijtuigen:

  • Trix rijtuig 23460:
    Dubbeldeksrijtuig, prototype 2e/3e klasse van de Deutsche Bundesbahn (DB). Bedrijfsnummer 35 502.
  • Trix rijtuig 23461:
    Dubbeldeksrijtuig, prototype 3e klasse van de Deutsche Bundesbahn (DB). Bedrijfsnummer 79 002.
  • Trix rijtuig 23462:
    Dubbeldeksrijtuig, prototype 3e klasse met keuken en restauratieruimte van de Deutsche Bundesbahn (DB). Bedrijfsnummer 79 004.
  • Trix rijtuig 23463:
    Dubbeldeksrijtuig, prototype 1e/2e klasse van de Deutsche Bundesbahn (DB). Bedrijfsnummer 30 999.
  • Trix rijtuig 23464:
    Dubbeldeksrijtuig, prototype 2e klasse van de Deutsche Bundesbahn (DB). Bedrijfsnummer 79 002.
  • Trix rijtuig 23465:
    Dubbeldeksrijtuig, prototype 2e klasse van de Deutsche Bundesbahn (DB). Bedrijfsnummer 79 004.

De rijtuigen 23460/1/2 zijn in de originele blauwe kleurstelling van rond 1955, de rijtuigen 23463/4/5 zijn in de groene kleurstelling van na 1956, tijdperk IIIb. Hoog gedetailleerde uitvoering op schaal. Ingezette handrails. Realistische veranderingen aan sluitlichten en raamsponningen. Volledige bufferbalkuitrusting voor beide rijtuigeinden als opbouwonderdelen meegeleverd. Lengte over buffers 303 mm.

Klik hier voor een film over deze rijtuigen.

Voorbeeld treinsamenstelling in blauwe uitvoering [Trix 23460, 23461 en 23462]
Dubbeldeksrijtuigen-04

Voorbeeld treinsamenstelling in groene uitvoering [Trix 23463, 23464 en 23465]
Dubbeldeksrijtuigen-05

logo-trix    icon-logo-dbzw