Elektrische locomotief serie 112

Br 112-01Speciaal voor de Rheingold schafte de Deutsche Bundesbahn de elektrische locomotieven van de serie E 10.12-13 aan. In 1962 werd de E 10 1265 als eerste afgeleverd. In 1964 volgde na de E 10 1265 t/m 1270, nog eens vijf locomotieven, namelijk E 10 1308 t/m 1312. De laatste locomotieven, nu inmiddels als serie 112, werden in 1968 in dienst genomen onder de nummers 112 485-504. In total werden er 31 machines gebouwd.

Technisch kwamen de locomotief overeen met de serie E 10.1, doch een aangepaste overbrenging bracht de maximum snelheid naar de 160 km/u. Het mechanische gedeelte werd gebouwd door Krauss-Maffei, Henschel en Krupp. Het elektrische gedeelte kwam voor rekening van AEG, BBC en SSW.

Wegens slechte rijeigenschappen begrenste Deutsche Bundesbahn in de zomer van 1985 de snelheid van de 112 485-505 op 140 km/u. Om de locomotieven beter te kunnen onderscheiden van de snellere zustermachines, werden deze in 1988 omgenummerd tot 114 485 t/m 504. In 1991 werden zij 110 485-504. De overige 112’n werden in 1992 omgenummerd naar de serie 113. Reden hiervoor is het feit dat 112 was vergeven aan de DR-serie 212.

Bijzonderheden:
Voorbeeld: DB E 10.12-13, 112 en 113 | Bouwjaar: 1962-68 | Aantal: 31 stuks | Tijdperk: III en IV | Asindeling: Bo’ Bo’ | Lengte: 16.440 mm | Vermogen: 3700 kW | Gewicht: 86.000 kg | Maximum snelheid: 160 km/u.

Voorbeeld treinsamenstelling met 112 310-8 [Trix 22032]
Br 112-02

logo-trix    icon-tp4  icon-logo-dbzw  icon-sound  icon-3pwissverl