Diesellocomotief serie V 100

De dieselhydraulische locomotieven van de serie V 100 werden ontwikkeld door fabrikant MaK voor de Deutsche Bundesbahn ter vervanging van de nog volop aanwezige stoomlocomotieven. Tot 1963 werden er in totaal 364 machines in dienst genomen; de nummers V 100 1001-1005 en V 100 1007-1365. Later werden de locomotieven omgenummerd in 211 001-005 en 211 007-365.

Het motorvermogen was 809 kW (1100 pk) en de aandrijving was hydrodynamisch/mechanisch. De originele topsnelheid was 90 km/uur, maar vanaf de V 100 1008 konden de locomotieven tot een snelheid van 100 km/uur worden ingezet. Vanaf 1968 werden de locomotieven ingedeeld in de serie (Baureihe) 211.

De serie V100.20 is de tweede serie met een iets zwaardere motor van 993 kW (1350 pk), waarvan er 371 geproduceerd zijn. Na 1968, met de invoering van een nieuw nummersysteem bij de DB, werden ze ingedeeld als serie 212. Vanuit deze serie is de Baureihe 213 ontwikkeld met een aangepaste overbrenging en een gemodificeerd remwerk die bedoeld was voor de inzet op steile trajecten. Omdat bij een hogere motorvermogen een groter koelsysteem nodig bleek, werden de voorste opbouw vanaf locomotief nummer 022 verlengd met 20 cm. Het frame zelf bleef ongewijzigd, maar de voorste buffers werden met dezelfde lengte verlengd.

Met de terzijdestelling van de laatste Railion locomotieven op 13 december 2004, eindigde na 46 jaar de inzet van de V 100 bij de Deutsche Bundesbahn. Vijftien locomotieven worden nog gebruikt voor de tunnel-reddingstreinen, deze zijn ingedeeld in de serie 714. Vier locomotieven van de series 212 en 213 zijn in gebruik bij de DB-dochter Deutsche Bahn Gleisbau GmbH (DBG) en worden ingezet in het onderhoud van het spoor. In oktober 2006 werden twaalf locomotieven weer in actieve dienst gesteld door Aw Cottbus.
Veel locomotieven uit de voorraad van DB werden verkocht aan Alstom Lokomotiven Service GmbH. Daar werden de locomotieven gereviseerd en gemoderniseerd en verkocht aan diverse particuliere maatschappijen. De serie is door de hoog gelegen cabine zeer geliefd bij spoorbedrijven.

Museumslocomotieven 211 023-7, 212 023 en 212 330 werden door de brand in het DB Museum in NĂ¼rnberg op 17 Oktober 2005 aanzienlijk beschadigd en dientengevolge in 2006 gesloopt. Gelukkig wordt nog een groot aantal van deze locomotieven in talrijke musea bewaard.

Bijzonderheden:
Voorbeeld: DB BR V 100 | Bouwjaar: 1958-1963 | Aantal: 364 stuks | Tijdperk: III | Asindeling: B’B’ | Lengte: 12.300 mm | Vermogen: 809 kW | Gewicht: 62.500 kg | Maximum snelheid: 100 km/uur.

Voorbeeld treinsamenstelling met V 100 1345 [Trix 22823]

logo-trix  icon-tp3  icon-logo-dbzw  icon-sound  icon-3pwissverl