Diesellocomotief serie 210

De V 169 001 (later 219 001) werd in 1965 door Klöckner-Humboldt-Deutz (KHD) als eerste gasturbine diesellocomotief voor de Deutsche Bundesbahn in dienst genomen. De locomotief was met een Gasturbine LM 100-8 van General Electric uitgerust. Hoewel het concept van de direct aan de motor gekoppelde verwarmingsgenerator zijn nut bewees, werkte de gasturbine niet overtuigend en de locomotief werd ingedeeld voor de goederendiensten en kort daarna buiten dienst gesteld.

Op basis van de opgedane ervaringen gaf de Deutsche Bundesbahn in 1968 aan Krupp de opdracht om acht locomotieven als serie 210 te leveren. In tegenstelling tot locomotief V 169 001, werden deze locomotieven voorzien van een gasturbine die reeds bij de Duitse leger in gebruik was. Dit verlaagde de kosten en verhoogde de betrouwbaarheid. In september 1970 werd de eerste locomotief afgeleverd.

Bij de acht serie locomotieven (210 001-008) werd de gasturbine AVCO Lycoming T53-L-13 ingebouwd. Deze werd destijds ook gebruikt voor de militaire helikopters. Door deze enorme krachtbron was de serie 210 bij de Deutsche Bundesbahn de eerste diesellocomotief die geschikt was voor 160 km/uur. De gasturbine leverde op hoger snelheid 850 kW, maar kon pas boven de 36 km/uur worden ingeschakeld.

Samen met de gasturbine en de elektrische verwarming stonden vanaf 26 km/uur 2200 kW ter beschikking. Daarmee konden de zware, van airconditioning voorziene, treinen op het traject Lindau – München, die voorheen door dubbele tractie van de series 218 en 221 werden getrokken, nu met een enkele locomotief worden gereden.

Om vervuiling van het dak en het geluid te dempen werden de locomotief voorzien van een dubbele schoorsteen met ingebouwde geluidsdemper.

In 1978 brak bij de 210 003 een turbinerad af en vloog de turbine van de 210 008 in brand. Hierdoor gaf het Bundesbahnzentralamt te München in januari 1979 de opdracht om alle turbines af te koppelen. In de periode van 1979-1980 werden alle turbines uitgebouwd en de locomotieven ingedeeld in de serie 218.9 als 218 901-908.

Bijzonderheden:
Voorbeeld: DB BR 210 | Bouwjaar: 1968 | Aantal: 8 stuks, | Tijdperk: III, IV en V | Asindeling: B’B’ | Lengte: 16.400 mm | Vermogen: 2200 kW | Gewicht: 80.000 kg | Maximum snelheid: 160 km/uur.

Voorbeeld treinsamenstelling met 210 003-0 [Roco 73731]

  icon-tp4  icon-logo-dbzw  icon-sound  icon-3pwissverl